Zuid-Afrika viert de twintigste verjaardag van de vrijlating van Nelson Mandela
Op 11 februari 1990 werd Nelson Mandela vrijgelaten uit de Victor Verster gevangenis in Paarl, een stadje op een uur rijden van Kaapstad. Paarl was tot dan enkel bekend als buurstad van Stellenbosch, het centrum van de ‘Coastal Region', de grootste Zuid-Afrikaanse Wijnroute. Maar op 11 februari 1990, een zonnige Zuid-Afrikaanse zomerdag, wandelde Nelson Mandela in Paarl voor het oog van de wereld naar de vrijheid, hand in hand met zijn toenmalige echtgenote Winnie Mandela.

Op 2 februari 1990 had de toenmalige president Frederik Willem (FW) de Klerk de vrijlating van Nelson Mandela aangekondigd, tesamen met de ontbanning van het African National Congress (ANC) en nieuwe - algemene - verkiezingen. Dat was toen een keerpunt in de geschiedenis van Zuid-Afrika, ook al had oud-president Pieter Willem (PW) Botha de blanken in 1985 al voorbereid op een ander Zuid-Afrika. Op 15 augustus 1985 hield PW Botha in Durban zijn fameuze Rubicon-toespraak die door het buitenland werd weggelachen als ‘te weinig en te laat'. Nochtans was de verklaring van PW Botha dat Zuid-Afrika de Rubicon had overgestoken voor de toenmalige oligarchie (een politiek systeem meerderheid-oppositie met beperkt aantal kiezers) baanbrekend en schokkend.
Toch kijkt Zuid-Afrika vandaag - precies twintig jaar na de vrijlating van Nelson Mandela - met gemengde gevoelens terug op 11 februari 1990. Niet op de vrijlating van Mandela zelf uiteraard, want de grootste tegenstanders van Mandela's vrijlating in 1990 zijn vandaag wellicht zijn grootste aanhangers. Maar politieke waarnemers in Zuid-Afrika stellen nuchter vast dat de "The Rainbow Nation" (de Regenboognatie) van Mandela niet (nog niet?) geslaagd is. Mandela, jurist van opleiding, had tijdens zijn verblijf in de gevangenissen van Robbeneiland (Kaapstad), Pollsmoor (Tokai, Kaapstad) en Victor Verster (Paarl) voldoende contacten met de buitenwereld om te weten wat er in Zuid-Afrika gebeurde en hoe hij het kon veranderen. Hij wilde een land zonder apartheid, waar alle bevolkingsgroepen (blank, zwart, kleurling, Indiër) in harmonie met elkaar zouden leven: zoals bij een regenboog. En toen Mandela president was (1994-1999) leek Zuid-Afrika op weg om een multi-raciale droomstaat te worden. De basis was immers goed: er was wereldwijde sympathie, er was een relatieve welvaart (zeker voor Zuidelijk Afrika) en ook zorgde het uitblijven van onrust en rellen na de vrijlating voor een enorme opluchting. Bovendien kwam er geen staatsgreep en heeft het leger zich probleemloos neergelegd bij de zwarte machtsovername. Dat werd overigens gesymboliseerd door een legerhelicopter die met de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag boven de Uniegebouwen in Pretoria vloog toen Mandela in 1994 beëdigd werd als president. Een staatsgreep was ongetwijfeld de grootste vrees van veel Zuid-Afrikanen en de samenwerking tussen de politiek enerzijds en de politie en het leger anderzijds waren de grootste gezamenlijke verwezenlijking van Nelson Mandela en FW de Klerk. Alleen daarvoor al verdienden de twee de Nobelprijs voor de Vrede - die ze in 1995 kregen. Bovendien reikte Mandela op de dag van zijn vrijlating de hand uit naar de Afrikaners (blanke Zuid-Afrikanen) door zijn eerste toespraak in het Afrikaans te beginnen. Mandela, een Xhosa, had tijdens zijn gevangenschap op Robbeneiland en in de Pollsmoor gevangenis Afrikaans geleerd van zijn ‘vaste' bewaker Christo Brand.
Maar nadat Mandela in 1999 om gezondheidsredenen niet langer president kon zijn, ging het ook met zijn Rainbow Nation de verkeerde kant uit. Het Zuid-Afrika van 2010 is echt niet het Zuid-Afrika dat Mandela in 1990 voor ogen had. Ironisch genoeg wordt het falen van de Rainbow Nation veroorzaakt door het enorme succes dat het African National Congress bij de verkiezingen haalt. De eerste algemene verkiezingen, in april 1994, won het ANC dankzij massale financiële steun uit het buitenland (vooral Europa en Amerika): het ANC haalde een verpletterende meerderheid. De toenmalige grootste zwarte oppositiepartij, de Inkatha Freedom Party van Chief Mangosuthu Buthelezi, had voor de verkiezingen van april 1994 géén financiële steun gekregen vanuit het buitenland, niettegenstaande Inkatha ook een anti-apartheidsbeweging was. Maar Inkatha had in Zuid-Afrika geen bomaanslagen gepleegd en was daarom onbekend in het buitenland... Door die absolute meerderheid van het ANC (bijna 66%) kwam er dus geen parlementaire democratie zoals wij die kennen: een coalitieregering die, meerderheid tegen minderheid, ter verantwoording kan geroepen worden in het parlement. De parlementaire meerderheid van het ANC in aantal zetels was immers groter dan de procentuele winst bij de verkiezingen omdat Zuid-Afrika volgens het Brits kiessysteem stemt: ‘the winner takes it all', één vertegenwoordiger per kiesdistrict. Inkatha werd terug een regionale partij in Natal (KwaZulu-Natal), de Nasionale Party (National Party) van de blanken was intern verdeeld omdat FW de Klerk de macht had overgedragen aan anti-christelijke communisten, en de kleurlingen en de Indiërs waren met te weinig in aantal om politiek relevant te kunnen zijn. Stilaan heeft de politieke (parlementaire) meerderheid zijn wil doorgedrukt via o.a. de ministeries en de administratie, en dat gebeurde niet volgens de principes van The Rainbow Nation van Nelson Mandela. De laatste apartheidswetten werden in 1994 afgeschaft en het systeem van strikte rassenscheiding verdween - zoals bv. de Job Reservations Act die bepaalde beroepen enkel toegankelijk liet voor blanken. Maar het principe werd omgedraaid: er werd een juridische term ingevoerd "previously disadvantaged people" (‘voorheen gediscrimineerden'). Alle niet-blanken worden nu als ‘previously disadvantaged' beschouwd, en in de wet staat dat die ‘previously disadvantaged' voorrang hebben op ‘anderen' (lees: op blanken). Voor alle jobs in overheidsdiensten is de huidskleur nu belangrijker dan de kwalificatie, de capaciteiten of de kwaliteiten - iets dat zelfs ten tijde van de apartheid niet het geval was. En meer en meer werd ‘previously disadvantaged' doorgevoerd in heel de Zuid-Afrikaanse samenleving. Zelfs Desmond Tutu, nochtans één van de meest fervente anti-apartheidsstrijders ooit, is niet gelukkig dat er 16 jaar na de officiële afschaffing van de apartheid terug discriminatie wegens huidskleur bestaat: "is het normaal dat mijn zonen als ‘previously disadvantaged' recht hebben op een studiebeurs, terwijl de zonen van de blanke buschauffeur die hen naar school brengt dat recht niet hebben? Die buschauffeur verdient nochtans tien keer minder dan ik", aldus Desmond Tutu. De grootste oppositiepartij, de Democratic Alliance, signaleert nog een even groot probleem: de politieke benoemingen in de administratie, de staatsdiensten, de parastatales en de provinciale structuren gaan gepaard met een enorme loonsverhoging en ongekende voordelen. De voorzitter van de Provincieraad van de Vrijstaat bv. heeft aan zichzelf en alle tien leden van zijn uitvoerende raad (allemaal ANC'ers) een Mercedes 500 SE kado gegaan. Op kosten van de provincie uiteraard. Elke Zuid-Afrikaanse minister rijdt momenteel met twee auto's: één in Kaapstad en één in Pretoria. Twintig jaar geleden reden ministers rond in een Mercedes 200D of een Toyota Cressida. Vandaag is dat een Porsche Cayenne of een Range Rover (letterlijk voor enkele ministers). Voor veel Zuid-Afrikanen neigt die verspilling naar corruptie, maar voor de machtshebbers maakt het deel uit van hun ambt.
Men kan uren discussiëren of die positieve discriminatie inderdaad de beste manier was is om zwarten toegang te geven tot leidinggevende jobs, want ook positieve discriminatie discrimineert. Feit is dat veel blanken hun grote vrees (van 1994) zagen uitkomen: "gaan de zwarten met ons doen, wat wij gedurende tientallen jaren met hen gedaan hebben?". Bovendien werden de top en het middenkader van het leger en de politie vervangen door ‘previously disadvantaged' benoemingen - en zelfs politieke benoemingen. Hier gebruikt het ANC gewoon zijn politieke meerderheid en worden vooral Comrades - anti-apartheids strijdgenoten - benoemd op topfuncties. Promotie op basis van merite tijdens de anti-apartheidsstrijd dus. Zo werd bv. in 2009 een oud-diplomaat als hoogste chef benoemd van de Zuid-Afrikaanse politie: echt iemand zonder politie-ervaring dus, tenzij men zijn lidmaatschap van Umkonto we Sizwe (de militaire tak van het ANC tijdens het verzet) als dusdanig beschouwt. Dat Zuid-Afrika de strijd tegen het geweld aan het verliezen is, is al geen publiek geheim meer: de misdaadstatistieken bewijzen het. Vooral wegens die stijgende misdaad (en dan specifiek ‘plaasmoorde' - roofmoorden op boerderijen) zijn sedert 1994 al één miljoen blanke Zuid-Afrikanen hun land ontvlucht, ook al moesten ze daarvoor de inspanningen van generaties voor hen opgeven. En het zijn niet de ‘poor whites' en ook niet de middenklasse-blanken die vertrokken zijn: het zijn vooral blanke boeren (de basis van de Zuid-Afrikaanse landbouw!) en hoger opgeleiden die het in Zuid-Afrika voor bekeken hielden. En dat is er niet op verbeterd sedert de invoering van BEE, Black Economic Empowerment: volgens die wet moet ten laatste tegen 2014 in elke bedrijf een bepaald percentage van de aandeelhouders zwart zijn. Voor een land dat zegt dat het niet meer discrimineert volgens huidskleur is de BEE-wet dus echt wel een contradictio in terminis.
Maar ook op veel andere gebieden is Zuid-Afrika niet meer / nog niet / het land dat Mandela voor ogen had. De krottenwijken zijn er nog steeds. Zuid-Afrika is er niet in geslaagd om aids en hiv te onderdrukken en het land heeft één van de hoogste hiv-besmettingen ter wereld. De levensverwachting daalt er nu zelfs. Op economisch vlak gaat daarentegen wel redelijk goed: Zuid-Afrika had ook te lijden onder de recente wereldwijde crisis, maar de recessie is in Zuid-Afrika officieel afgelopen. Het imago van Zuid-Afrika is sedert de afschaffing van de apartheid enorm verbeterd, ook al zakt Zuid-Afrika elk jaar enkele plaatsen in de corruptie-index van Transparency International. En de buitenlandse pers heeft gelukkig geen aandacht voor de xenofobe rellen waar het land al enkele jaren mee te kampen heeft: zwarten uit Ethiopië, Malawî, Congo die door zwarte Zuid-Afrikanen uit de zwarte townships verjaagd worden naar vluchtelingenhuizen in grote steden.
In Zuid-Afrika opent vandaag het parlementair jaar, en het land heeft echt wel een boost nodig op gebied van politiek fatsoen. Er wordt met spanning uitgekeken naar de SONA, de ‘State of the Nation', de toespraak van president Jacob Zuma vanavond. Wordt het enkel een eerbetoon aan Mandela - die de SONA zal bijwonen - of gaat Zuma zich openlijk verontschuldigen voor zijn buitenechtelijk kind? Gaat Zuma écht iets doen aan de strijd tegen de misdaad? Gaat hij de falende leiding van het lager en middelbaar onderwijs durven becritiseren? Wat zijn de plannen van Zuid-Afrika eens de WK2010-hype achter de rug is? Heel Zuid-Afrika leeft momenteel in een gelukzalige roes omdat Zuid-Afrika van 11 juni tot 11 juli het centrum van de wereld zal zijn, letterlijk en figuurlijk dan. Maar wat gaat er gebeuren als de Wereldbeker Voetbal achter de rug is? Dan moet Zuid-Afrika immers terug aan de slag: de werkloosheid is 24,3% en binnenkort zijn alle WK2010-jobs weg. Wanneer realiseert Zuid-Afrika de beloofde twee miljoen huizen die de krottenwijken moesten vervangen - er zijn er momenteel nog maar enkele tienduizenden van gebouwd? Wat gaat Zuma doen met een aantal vitale staatsmaatschappijen die constant in geldnood zitten maar die toplonen en bonussen uitbetalen aan hun bestuurders, enz.
Nelson Mandela heeft Zuid-Afrika in 1990 op de goede weg gezet, maar zijn opvolgers hebben het heel wat moeilijker om The Rainbow Nation te realiseren. ‘Nelson Mandela' is een heel sterk merk, maar het wordt tijd dat zijn opvolgers hun verantwoordelijkheid opnemen, niet langer aan vriendjespolitiek doen en het belang en de toekomst van het land voorop stellen.
11 februari 2010 - www.infozuidafrika.be - www.infozuidafrika.nl
| < Vorige | Volgende > |
|---|