Crash Afriqiyah Airways Johannesburg-Tripoli (12 mei 2010): Nederland vraagt tussenkomst ICAO
Vandaag - donderdag 12 mei 2011 - is het precies één jaar geleden dat de Airbus A330-200 met registratie 5A-ONG verongelukte nabij Tripoli (Libië).
Het vliegtuig was op dinsdagavond 11 mei 2010 vertrokken uit Johannesburg (Zuid-Afrika), met bestemming Libië. Op woensdag 12 mei 2010, om 06u10 lokale tijd, crashte het enkele honderden meters voor de landingsbaan van Tripoli Airport. Bij de vliegtuigcrash kwamen 92 van de 93 passagiers om het leven, alsook alle 11 bemanningsleden. Naast de 70 Nederlandse slachtoffers was de crash ook fataal voor 13 Zuid-Afrikanen. Alleen de 9-jarige Ruben (NL) overleefde de crash; Ruben is volgens de laatste berichten goed hersteld van de lichamelijke letsels.
Het onderzoek naar de oorzaak van de ramp wordt gevoerd door het Libisch Bestuur der Luchtvaart (Lybian Civil Aviation Authority). Frankrijk maakt als land van de vliegtuigbouwer ook ambtshalve deel uit van het onderzoek. Het Franse BEA (Bureau d'Enquête et d'Analyses) is dus mede-onderzoeker. Omdat Nederland bij de crash 70 slachtoffers verloor is het als waarnemer betrokken bij het onderzoek. Ook de Amerikaanse NTSB is mede-onderzoeker omdat de motoren van de verongelukte Airbus Amerikaans waren.
De onderzoeksregels naar vliegtuigcrashes zijn geregeld volgens de ICAO Annex 13 "Aircraft Accident and Incident Investigation". ICAO is de neutrale internationale luchtvaartorganisatie (ICAO = International Civil Aviation Organization). Volgens de ICAO Annex 13 moeten de luchtvaartauthoriteiten van Libië binnen het jaar een tussenrapport publiceren. In zo'n tussentijds rapport worden de feitelijke bevindingen meegedeeld en worden ook een aantal mogelijke oorzaken uitgesloten. Libië heeft nog geen ‘preliminary report' gepubliceerd; een reden daarvoor kan zijn dat het onderzoek naar de crash voor de regering geen prioriteit meer is. Niemand weet trouwens of het bestuur van de Lybian CAA nog aan het werk is.
Omdat Libië niet voldaan heeft aan de ICAO-verplichting zijn er nu vier mogelijkheden:
- Libië vraagt zelf aan de ICAO om het onderzoek toe te wijzen aan een ander land.
- De ICAO neemt contact op met Libië en vraagt om het onderzoeksdossier door te geven aan een ander land.
- ICAO neemt het onderzoek zelf in handen. Dat is in het verleden nog maar twee keer gebeurd, en telken nadat een burgervliegtuig was neergeschoten door een militair vliegtuig. De eerste keer was in 1973, met een crash van een vliegtuig van Libyan Arab Airlines; de tweede keer was in 1983, toen een Boeing 747 van Korean Air Lines werd neergeschoten na een verkeerde transponder identificatie.
- De andere landen die bij het onderzoek betrokken zijn (Frankrijk, Amerika) publiceren hun eigen voorlopig rapport.
Voor Nederland is het de Onderzoeksraad die de crash in Tripoli mee onderzoekt (de Onderzoeksraad heeft eerder ook de crash van de Türkish Airlines Boeing 737 nabij Schiphol onderzocht). De Onderzoeksraad heeft gisteren meegedeeld dat het al maanden tevergeefs contact heeft gezocht met het Libisch Bestuur der Luchtvaart en dat de Raad daarom voorstelt dat Nederland aan de ICAO vraagt om initiatief te nemen en het onderzoek te deblokkeren. Het verzoek zal wellicht door het Nederlands ministerie van Infrastructuur en Milieu formeel bij de ICAO ingediend worden (bron: Onderzoeksraad - persbericht 11 mei 2011).
Alle informatie over dit vliegtuigongeval vind je in dit apart topic
infozuidafrika.be - infozuidafrika.nl - 12 mei 2011
| < Vorige | Volgende > |
|---|